Oranjekoorts
July 1, 2010 | Categorie: Sportief,What the peep?

“Vroeger” had ik niets met voetbal. Helemaal niets. Als er één ding met stip bovenaan mijn couldn’t-care-less-lijstje stond was het voetbal. Twintig idioten die op een veel te groot grasveld achter een bal aanrennen, anderhalf uur lang. En dan twee nog stommere malloten die tussen twee palen blijven staan om de bal op te vangen. Ga schaken ofzo! Oh! En wat ik voor zover mogelijk nog erger vond dan voetbal zelf waren de voetbal supporters. Mijn hemel! Luidruchtige gekken in oranje overallen… Ik snapte er werkelijk helemaal niets van. Een vriendin vertelde me ooit dat ze alleen maar keek omdat ze de spelers zo knap vond. Ik heb het geprobeerd, maar blijkbaar heb ik ook al niets met mannen in kousen, bezweette voorhoofden en uiterst fanatieke koppen. Ook deze vlieger ging voor mij niet op en voetbal bleef kudt.

In tijden van uiterste nood (lees: EK’s en WK’s) sloot ik me op op mijn kamertje en luisterde muziek, keek films, en zodra er ook maar ergens in de verte een toeter te horen was ging mijn volumeknop naar max. En de kroeg, dat was natuurlijk al helemáál verboden gebied. Was ik normaal gesproken iedere week vast meubilair van mijn stamcafé, tijdens voetbalwedstrijden leek ik voor de buitenwereld van de aardbodem verdwenen te zijn. Ik deed er alles aan om niets, maar dan ook NIETS mee te krijgen van het hele voetbal gebeuren.

Tijden veranderen en dat blijkt maar weer. Tegenwoordig sta ook ik in mn oranje shirtje in de kroeg om op een gigantisch scherm te kijken hoe “onze jongens” het doen, schreeuwend dat v.d. Vaart heus niet buitenspel stond. De heren in de tegenpartij zijn bij voorbaat klootzakken. De scheidsrechter is mn beste vriend als hij in “ons” voordeel fluit, maar waag het niet om een kaart tegen oranje te trekken. De oooeeeh’s en oooooh’s vliegen over mn lippen bij de minste geringste kans om te scoren. En ik schiet totaal in de zenuwen als de tegenpartij te lang aan de bal is.

Ik ben gehersenspoeld en ik geloof niet dat het nog goedkomt.

Nederland – Brazilië: ik hou mn hart vast…

· Angela · patty · Willemvk · Marieke · Linda · Sanne · Annouska · kim · Gertjan · Carmen · Monique

Patty sportief? Het bestaat!
July 14, 2009 | Categorie: Sportief

Sportief… Je zou het niet zeggen -ik heb het zelfs voor mezélf 23 jaar lang verborgen weten te houden- maar het zit er best in. Niet fitnissen of hardlopen. Geen spinnen of paaldanslessen. Tennis, volleybal en korfbal zijn niet aan mij besteed aangezien ik geen diepte zie. (lees: na tien minuten heb ik een hersenschudding van alle ballen die ik tegen mijn hoofd aan heb gekregen) En ik zie het nut niet in van met 10 vrouwen achter een bal aan rennen op een vertrapt grasveld. Laat voetbal maar aan de mannen over!

Nee, sportief als in: Stap in een kayak en ontsnap aan de verdrinkingsdood op een wilde rivier. Of spring met een parachute van een berg af. Of spring, glij en abseil jezelf via een ijskoude waterval door rgladde rotsen naar beneden. Oh! En laat ik het op twee latjes van een besneeuwde bergtop afsjeezen niet vergeten! Ik ben sportief als ik individueel bezig kan zijn en weet dat een misstap kan betekenen dat ik mijn nek breek. Ongelofelijk waar je toe in staat bent op zo’n moment! Echt, iedereen met een chronisch gebrek aan zin en motivatie om te sporten zou iets waar op zn minst een verhoogd risico in zit moeten proberen. Je staat versteld van wat een beetje adrenaline met je doet!

Het is alleen zo jammer dat al deze dingen in Nederland een stuk minder interessant zijn. Nederland heeft namelijk een gebrek aan bergen en wilde rivieren. Maar gelukkig is er nog een alternatief: Klimmen aan de klimmuur. Een stuk veiliger en minder spannend dan bovengenoemde activiteiten maar zeker niet minder leuk! Twee jaar geleden ging ik voor het eerst met Sanne mee naar de klimmuur in Utrecht en was eigenlijk meteen verkocht. Het heeft anderhalf jaar geduurd voor ik daadwerkelijk mijn certificaat besloot te halen, maar nu ik die heb ben ik er toch heel blij mee. Het liefst zou ik twee keer in de week klimmen, maar ik had helaas pindakaas geen klimpartner. Gelukkig is daar de redder in nood: Rik vind klimmen toch ook wel erg leuk en offert zich op om iedere dinsdag met me mee te gaan klimmen. En dus bungel ik op dinsdagavonden na werktijd ergens tussen vloer en plafond aan een touwtje! Heel erg goed ben ik niet. Maar daar gaat het niet om. Het is gewoon heerlijk om je route uit te stippelen en moeite te moeten doen om de route daadwerkelijk af te kunnen leggen. De zere handen en benen nemen we maar voor lief. En als ik op 3/4 van een 5A kom ben ik best trots.

Het is alleen zo jammer als je naast je kijkt en iemand met het grootste gemak aan twee vingers een 7A op klautert… Maar wie weet… Misschien lukt mij dat ook ooit!

· Marieke · Puck · Stephanie · Gertjan · Olga · Rik · Danique · Willemvk · Joyce · Eline · Saar · Marjanne

FUCKING PADDLE HAAAARD!
February 16, 2009 | Categorie: Nepal,Reizen,Sportief,Typisch Patty

Ik zit natuurlijk alweer warm thuis op de bank en mijn hele kayakavontuur lijkt steeds verder weg. Het was natuurlijk al heel onwaarschijnlijk dat ik met mijn slechte zwemkunsten, hekel aan water en vrees voor boten ooit een drie daagse kayak trip zou maken. Laat staan één met zulke geweldige uitzichten en fijne mensen. En dat helemaal self-supportive. Hoe avontuurlijk is zoiets? Ik kan het me allang niet meer voorstellen. Het lijkt alsof ik het allemaal gedroomd heb. Een droom, nachtmerrie… Het wisselde elkaar af.

John en Nathan zijn professionals op de rivier. Joy is zeekayakken gewend en moet erg wennen aan white water, maar is een heldin in haar kayak. José is een natuurtalent en deed op dag 1 zijn eerste white water roll. (omslaan op een golf maar met behulp van de juiste lichaamshouding, heupbeweging en je peddel weer rechtop kunnen rollen) Ik hoef je niet te vertellen dat ik behoorlijk achterliep op de rest van de groep. Mijn armen zijn zwak, en het kostte me dan ook behoorlijk veel moeite om genoeg kracht te kunnen zetten op plaatsen waar ik de golven en rapids de baas moest zijn.

John is een geboren leider. Hij vaart voorop, bekijkt de situatie op de rivier en legt ons uit hoe we de volgende rapid het best kunnen nemen. Nathan oudt iedereen in de gaten en geeft waar nodig advies. Dag 1. Grote stroomversnelling voor ons, losse rotsen aan de linkerkant van de rivier, steile rotswand waar het water hard tegenaanbeukt aan de rechterkant. De V (dus waar het meeste water naartoe stroomt) loopt vlak langs de rotswand, en dat is dus waar we willen zijn. Hoe tegennatuurlijk is dit? Al mijn instincten schreewden het uit. “Hállo!!! Ik zit in een klein, beweeglijk plastic bootje. Voor me is een gigantische rotswand waar het water met enorme kracht tegenaan beukt. Dat is NIET waar ik wil zijn! Jullie zijn hartstikke gek!”

Ik had geen andere keus dan John en Nathan te vertrouwen, en zo ging ik met een razende vaart op de rots af. Ik draaide mijn rug half naar de rotswand zoals Nathan me toeschreeuwde en peddelde als een bezetene om maar niet om te slaan. Ik zette me schrap omdat ik nog steeds het idee had dat ik tegen de rotswand zou knallen maar merkte tot mijn grote opluchting dat water dat ergens tegenaanknalt ook weer terugkomt. Het water vormt een “pillow” en pillows zijn wonderbaarlijk handig. Toen ik het einde van de rotswand bereikte was ik helemaal buiten mezelf van trots. Ik doe dit! Helaas duurde mijn euforische moment niet lang. Ik keek voor me en zag tot mijn grote schrik dat John, José, Joy en Nathan aan de andere kant van de rivier waren en met ogen zo groot als schoteltjes naar me keken. John maakte een gebaar met zijn handen. zijn wijsvinger bewoog in en uit zijn duim en wijsvinger van ijn andere hand. fucking? Een roeibeweging. Paddle! Een vuist die naar voren schoot. FUCKING PADDLE HARD! Ik voelde niet de minste neiging om vragen te stellen of achterom te kijken met het oorverdovende geluid van kolkend water achter me en ik peddelde met alle kracht die ik in me had. Ik bereikte een eddy aan de overkant en de anderen kwamen op me afgevaren. “well done!!!”

Even later stopten we om ons kamp op te slaan. Er was een wit strand, hangbrug naar een miniscuul dorpje, wat rotsen… Daar redden we het wel mee! Nadat we ons uit onze natte kayakkleding hadden bevrijd en eindelijk droge kleding uit onze drybags hadden aangetrokken begonnen we aan ons shelter voor die nacht. We spanden een zeil tussen drie peddels die we in het zand staken en hielden de onderkanten van het zeil strak met touwen en kayaks. Nathan, José en ik namen de hangbrug naar de overkant in de hoop om iets te eten te kunnen regelen en John en Joy zorgden voor een kampvuur.

In het dorpje (drie huisjes, wat geiten en kippen en een zandweggetje) werden we verwelkomd door de bevolking. We vroegen of ze wat te eten voor ons wilden maken en voor we het wisten zaten we thee te drinken in een houten hutje. Een oude vrouw dook de keuken in. Ik volgde haar om te zien of ik iets kon doen. De keuken was niet meer dan een hutje met een stenen verhoging met een paar gaten erin waaronder een vuur brandde. De vrouw kookte rijst, aardappelen, maakte een mengsel van kruiden en zette vreemd uitziende peulen op het vuur. Dus zo maak je Dal Bat! Nathan en José speelden hackysack met een doof jongetje. “Hij is slim!” gebaarde José naar de oudste man van het dorp. Die knikte nee. “Hij is gek” gebaarde hij. Wow, wat een andere wereld. Het jongetje was alleen maar doof! Hij was verdomd slim, zonder woorden kon hij aan zijn dorpsgenoten én aan ons uitleggen wat hij voelde. Hij deed trucjes. Hij vertelde ons met zijn handen dat de maan over de bergen wandelt. Alleen het feit dat hij niet kon praten maakte dit jongetje anders dan de anderen uit zijn dorp, maar hij was alles behalve gek!

De Dal Bat smaakte heerlijk na zo’n vermoeiende dag op de rivier. De oude vrouw bleef onze borden maar volscheppen en de rest van het dorpje verzamelde zich in de houten hut om naar de vreemde blanken te kijken. Ik knoopte een gesprekje aan met een jongen van 18 die net als ik gebrekkig hindi sprak. Ver kwamen we niet, maar het zorgde in ieder geval voor een heleboel gelach. Nathan, José en ik rookten een sigaret maar voor we het wisten kregen we een dikke joint aangereikt van één van de dorpsmannen. Alle mannen rookten mee en tot mijn verbazing wist ook de oudste vrouw die eerder voor ons kookte van geen ophouden. We gaven wat geld voor het eten en toen we terug wilden lopen naar ons kamp kwamen twee jongens met twee flesjes whisky aangelopen. We betaalden ze nog wat meer en namen de whisky (en wat te eten voor John en Joy) mee naar ons kamp.

Daar verzamelden we ons rond het kampvuur en dronken onze whisky-die-niet-naar-whisky-smaakte en kletsten nog wat over wat we die dag hadden meegemaakt. We waren het er allemaal over eens dat het een geweldige eerste dag was geweest en dat we ongelofelijk veel geluk hebben gehad dat we dit met zijn vijven konden doen. Hoe avontuurlijk het allemaal was! Er viel een korte stilte waarin iedereen tevreden voor zich uitstaarde. John onderbrak de stilte met de woorden: “Patty, jij bent de gekste van ons allemaal. Jij hebt dit nog nooit gedaan, je bent een slechte zwemmer en je had geen idee waar je aan begon. En toch doe je het, en je doet het góéd ook.” Ik dacht terug aan Johns handgebaren, fucking paddle hard en schoot in de lach. “Jullie leken wel een stel spoken toen ik achter die wand vandaan kwam.” “There was a huge hole behind that rock wall. You were going straight at it and if you ended up in that hole you would have been fúcked.” Hole: een vacuum van water dat door een object (in dit geval de rotswand) wordt onderroken en door zijn eigen kracht op één plats blijft kolken. Kom je in een hole terecht kom je er uiteindelijk ook weer uit, maar dat kan heel lang duren en het enige advies wat ik over holes heb gekregen was: “you won’t know when you’re up or down, just breathe when ever you se the sky and hold your breath when you don’t.” shit. Ik had geluk gehad! We dronken onze fles leeg en lachten ons suf om onze avonturen. Toen we te moe werden kropen we met zijn vijven op een rijtje in onze slaapzakken onder ons shelter. Het was koud, maar gelukkig was mijn slaapzak warm. Ik keek naar de ontelbare sterren boven me. Luisterde naar Nathan en José die aan weerszijden naast me lagen te snurken en voelde me plotseling intens levend. Ik kroop diep weg in mijn eskimo slaapzak en viel als een blok in slaap.



  • Je bent nu op pagina 1 van 2
  • 1
  • 2
  • »

All content & design © 2008 pattycular
SITE ADMIN | ENTRIES RSS | WORDPRESS | CONTACT