Ik zit natuurlijk alweer warm thuis op de bank en mijn hele kayakavontuur lijkt steeds verder weg. Het was natuurlijk al heel onwaarschijnlijk dat ik met mijn slechte zwemkunsten, hekel aan water en vrees voor boten ooit een drie daagse kayak trip zou maken. Laat staan één met zulke geweldige uitzichten en fijne mensen. En dat helemaal self-supportive. Hoe avontuurlijk is zoiets? Ik kan het me allang niet meer voorstellen. Het lijkt alsof ik het allemaal gedroomd heb. Een droom, nachtmerrie… Het wisselde elkaar af.
John en Nathan zijn professionals op de rivier. Joy is zeekayakken gewend en moet erg wennen aan white water, maar is een heldin in haar kayak. José is een natuurtalent en deed op dag 1 zijn eerste white water roll. (omslaan op een golf maar met behulp van de juiste lichaamshouding, heupbeweging en je peddel weer rechtop kunnen rollen) Ik hoef je niet te vertellen dat ik behoorlijk achterliep op de rest van de groep. Mijn armen zijn zwak, en het kostte me dan ook behoorlijk veel moeite om genoeg kracht te kunnen zetten op plaatsen waar ik de golven en rapids de baas moest zijn.
John is een geboren leider. Hij vaart voorop, bekijkt de situatie op de rivier en legt ons uit hoe we de volgende rapid het best kunnen nemen. Nathan oudt iedereen in de gaten en geeft waar nodig advies. Dag 1. Grote stroomversnelling voor ons, losse rotsen aan de linkerkant van de rivier, steile rotswand waar het water hard tegenaanbeukt aan de rechterkant. De V (dus waar het meeste water naartoe stroomt) loopt vlak langs de rotswand, en dat is dus waar we willen zijn. Hoe tegennatuurlijk is dit? Al mijn instincten schreewden het uit. “Hállo!!! Ik zit in een klein, beweeglijk plastic bootje. Voor me is een gigantische rotswand waar het water met enorme kracht tegenaan beukt. Dat is NIET waar ik wil zijn! Jullie zijn hartstikke gek!”
Ik had geen andere keus dan John en Nathan te vertrouwen, en zo ging ik met een razende vaart op de rots af. Ik draaide mijn rug half naar de rotswand zoals Nathan me toeschreeuwde en peddelde als een bezetene om maar niet om te slaan. Ik zette me schrap omdat ik nog steeds het idee had dat ik tegen de rotswand zou knallen maar merkte tot mijn grote opluchting dat water dat ergens tegenaanknalt ook weer terugkomt. Het water vormt een “pillow” en pillows zijn wonderbaarlijk handig. Toen ik het einde van de rotswand bereikte was ik helemaal buiten mezelf van trots. Ik doe dit! Helaas duurde mijn euforische moment niet lang. Ik keek voor me en zag tot mijn grote schrik dat John, José, Joy en Nathan aan de andere kant van de rivier waren en met ogen zo groot als schoteltjes naar me keken. John maakte een gebaar met zijn handen. zijn wijsvinger bewoog in en uit zijn duim en wijsvinger van ijn andere hand. fucking? Een roeibeweging. Paddle! Een vuist die naar voren schoot. FUCKING PADDLE HARD! Ik voelde niet de minste neiging om vragen te stellen of achterom te kijken met het oorverdovende geluid van kolkend water achter me en ik peddelde met alle kracht die ik in me had. Ik bereikte een eddy aan de overkant en de anderen kwamen op me afgevaren. “well done!!!”
Even later stopten we om ons kamp op te slaan. Er was een wit strand, hangbrug naar een miniscuul dorpje, wat rotsen… Daar redden we het wel mee! Nadat we ons uit onze natte kayakkleding hadden bevrijd en eindelijk droge kleding uit onze drybags hadden aangetrokken begonnen we aan ons shelter voor die nacht. We spanden een zeil tussen drie peddels die we in het zand staken en hielden de onderkanten van het zeil strak met touwen en kayaks. Nathan, José en ik namen de hangbrug naar de overkant in de hoop om iets te eten te kunnen regelen en John en Joy zorgden voor een kampvuur.
In het dorpje (drie huisjes, wat geiten en kippen en een zandweggetje) werden we verwelkomd door de bevolking. We vroegen of ze wat te eten voor ons wilden maken en voor we het wisten zaten we thee te drinken in een houten hutje. Een oude vrouw dook de keuken in. Ik volgde haar om te zien of ik iets kon doen. De keuken was niet meer dan een hutje met een stenen verhoging met een paar gaten erin waaronder een vuur brandde. De vrouw kookte rijst, aardappelen, maakte een mengsel van kruiden en zette vreemd uitziende peulen op het vuur. Dus zo maak je Dal Bat! Nathan en José speelden hackysack met een doof jongetje. “Hij is slim!” gebaarde José naar de oudste man van het dorp. Die knikte nee. “Hij is gek” gebaarde hij. Wow, wat een andere wereld. Het jongetje was alleen maar doof! Hij was verdomd slim, zonder woorden kon hij aan zijn dorpsgenoten én aan ons uitleggen wat hij voelde. Hij deed trucjes. Hij vertelde ons met zijn handen dat de maan over de bergen wandelt. Alleen het feit dat hij niet kon praten maakte dit jongetje anders dan de anderen uit zijn dorp, maar hij was alles behalve gek!
De Dal Bat smaakte heerlijk na zo’n vermoeiende dag op de rivier. De oude vrouw bleef onze borden maar volscheppen en de rest van het dorpje verzamelde zich in de houten hut om naar de vreemde blanken te kijken. Ik knoopte een gesprekje aan met een jongen van 18 die net als ik gebrekkig hindi sprak. Ver kwamen we niet, maar het zorgde in ieder geval voor een heleboel gelach. Nathan, José en ik rookten een sigaret maar voor we het wisten kregen we een dikke joint aangereikt van één van de dorpsmannen. Alle mannen rookten mee en tot mijn verbazing wist ook de oudste vrouw die eerder voor ons kookte van geen ophouden. We gaven wat geld voor het eten en toen we terug wilden lopen naar ons kamp kwamen twee jongens met twee flesjes whisky aangelopen. We betaalden ze nog wat meer en namen de whisky (en wat te eten voor John en Joy) mee naar ons kamp.
Daar verzamelden we ons rond het kampvuur en dronken onze whisky-die-niet-naar-whisky-smaakte en kletsten nog wat over wat we die dag hadden meegemaakt. We waren het er allemaal over eens dat het een geweldige eerste dag was geweest en dat we ongelofelijk veel geluk hebben gehad dat we dit met zijn vijven konden doen. Hoe avontuurlijk het allemaal was! Er viel een korte stilte waarin iedereen tevreden voor zich uitstaarde. John onderbrak de stilte met de woorden: “Patty, jij bent de gekste van ons allemaal. Jij hebt dit nog nooit gedaan, je bent een slechte zwemmer en je had geen idee waar je aan begon. En toch doe je het, en je doet het góéd ook.” Ik dacht terug aan Johns handgebaren, fucking paddle hard en schoot in de lach. “Jullie leken wel een stel spoken toen ik achter die wand vandaan kwam.” “There was a huge hole behind that rock wall. You were going straight at it and if you ended up in that hole you would have been fúcked.” Hole: een vacuum van water dat door een object (in dit geval de rotswand) wordt onderroken en door zijn eigen kracht op één plats blijft kolken. Kom je in een hole terecht kom je er uiteindelijk ook weer uit, maar dat kan heel lang duren en het enige advies wat ik over holes heb gekregen was: “you won’t know when you’re up or down, just breathe when ever you se the sky and hold your breath when you don’t.” shit. Ik had geluk gehad! We dronken onze fles leeg en lachten ons suf om onze avonturen. Toen we te moe werden kropen we met zijn vijven op een rijtje in onze slaapzakken onder ons shelter. Het was koud, maar gelukkig was mijn slaapzak warm. Ik keek naar de ontelbare sterren boven me. Luisterde naar Nathan en José die aan weerszijden naast me lagen te snurken en voelde me plotseling intens levend. Ik kroop diep weg in mijn eskimo slaapzak en viel als een blok in slaap.