FUCKING PADDLE HAAAARD!
February 16, 2009 | Categorie: Nepal,Reizen,Sportief,Typisch Patty

Ik zit natuurlijk alweer warm thuis op de bank en mijn hele kayakavontuur lijkt steeds verder weg. Het was natuurlijk al heel onwaarschijnlijk dat ik met mijn slechte zwemkunsten, hekel aan water en vrees voor boten ooit een drie daagse kayak trip zou maken. Laat staan één met zulke geweldige uitzichten en fijne mensen. En dat helemaal self-supportive. Hoe avontuurlijk is zoiets? Ik kan het me allang niet meer voorstellen. Het lijkt alsof ik het allemaal gedroomd heb. Een droom, nachtmerrie… Het wisselde elkaar af.

John en Nathan zijn professionals op de rivier. Joy is zeekayakken gewend en moet erg wennen aan white water, maar is een heldin in haar kayak. José is een natuurtalent en deed op dag 1 zijn eerste white water roll. (omslaan op een golf maar met behulp van de juiste lichaamshouding, heupbeweging en je peddel weer rechtop kunnen rollen) Ik hoef je niet te vertellen dat ik behoorlijk achterliep op de rest van de groep. Mijn armen zijn zwak, en het kostte me dan ook behoorlijk veel moeite om genoeg kracht te kunnen zetten op plaatsen waar ik de golven en rapids de baas moest zijn.

John is een geboren leider. Hij vaart voorop, bekijkt de situatie op de rivier en legt ons uit hoe we de volgende rapid het best kunnen nemen. Nathan oudt iedereen in de gaten en geeft waar nodig advies. Dag 1. Grote stroomversnelling voor ons, losse rotsen aan de linkerkant van de rivier, steile rotswand waar het water hard tegenaanbeukt aan de rechterkant. De V (dus waar het meeste water naartoe stroomt) loopt vlak langs de rotswand, en dat is dus waar we willen zijn. Hoe tegennatuurlijk is dit? Al mijn instincten schreewden het uit. “Hállo!!! Ik zit in een klein, beweeglijk plastic bootje. Voor me is een gigantische rotswand waar het water met enorme kracht tegenaan beukt. Dat is NIET waar ik wil zijn! Jullie zijn hartstikke gek!”

Ik had geen andere keus dan John en Nathan te vertrouwen, en zo ging ik met een razende vaart op de rots af. Ik draaide mijn rug half naar de rotswand zoals Nathan me toeschreeuwde en peddelde als een bezetene om maar niet om te slaan. Ik zette me schrap omdat ik nog steeds het idee had dat ik tegen de rotswand zou knallen maar merkte tot mijn grote opluchting dat water dat ergens tegenaanknalt ook weer terugkomt. Het water vormt een “pillow” en pillows zijn wonderbaarlijk handig. Toen ik het einde van de rotswand bereikte was ik helemaal buiten mezelf van trots. Ik doe dit! Helaas duurde mijn euforische moment niet lang. Ik keek voor me en zag tot mijn grote schrik dat John, José, Joy en Nathan aan de andere kant van de rivier waren en met ogen zo groot als schoteltjes naar me keken. John maakte een gebaar met zijn handen. zijn wijsvinger bewoog in en uit zijn duim en wijsvinger van ijn andere hand. fucking? Een roeibeweging. Paddle! Een vuist die naar voren schoot. FUCKING PADDLE HARD! Ik voelde niet de minste neiging om vragen te stellen of achterom te kijken met het oorverdovende geluid van kolkend water achter me en ik peddelde met alle kracht die ik in me had. Ik bereikte een eddy aan de overkant en de anderen kwamen op me afgevaren. “well done!!!”

Even later stopten we om ons kamp op te slaan. Er was een wit strand, hangbrug naar een miniscuul dorpje, wat rotsen… Daar redden we het wel mee! Nadat we ons uit onze natte kayakkleding hadden bevrijd en eindelijk droge kleding uit onze drybags hadden aangetrokken begonnen we aan ons shelter voor die nacht. We spanden een zeil tussen drie peddels die we in het zand staken en hielden de onderkanten van het zeil strak met touwen en kayaks. Nathan, José en ik namen de hangbrug naar de overkant in de hoop om iets te eten te kunnen regelen en John en Joy zorgden voor een kampvuur.

In het dorpje (drie huisjes, wat geiten en kippen en een zandweggetje) werden we verwelkomd door de bevolking. We vroegen of ze wat te eten voor ons wilden maken en voor we het wisten zaten we thee te drinken in een houten hutje. Een oude vrouw dook de keuken in. Ik volgde haar om te zien of ik iets kon doen. De keuken was niet meer dan een hutje met een stenen verhoging met een paar gaten erin waaronder een vuur brandde. De vrouw kookte rijst, aardappelen, maakte een mengsel van kruiden en zette vreemd uitziende peulen op het vuur. Dus zo maak je Dal Bat! Nathan en José speelden hackysack met een doof jongetje. “Hij is slim!” gebaarde José naar de oudste man van het dorp. Die knikte nee. “Hij is gek” gebaarde hij. Wow, wat een andere wereld. Het jongetje was alleen maar doof! Hij was verdomd slim, zonder woorden kon hij aan zijn dorpsgenoten én aan ons uitleggen wat hij voelde. Hij deed trucjes. Hij vertelde ons met zijn handen dat de maan over de bergen wandelt. Alleen het feit dat hij niet kon praten maakte dit jongetje anders dan de anderen uit zijn dorp, maar hij was alles behalve gek!

De Dal Bat smaakte heerlijk na zo’n vermoeiende dag op de rivier. De oude vrouw bleef onze borden maar volscheppen en de rest van het dorpje verzamelde zich in de houten hut om naar de vreemde blanken te kijken. Ik knoopte een gesprekje aan met een jongen van 18 die net als ik gebrekkig hindi sprak. Ver kwamen we niet, maar het zorgde in ieder geval voor een heleboel gelach. Nathan, José en ik rookten een sigaret maar voor we het wisten kregen we een dikke joint aangereikt van één van de dorpsmannen. Alle mannen rookten mee en tot mijn verbazing wist ook de oudste vrouw die eerder voor ons kookte van geen ophouden. We gaven wat geld voor het eten en toen we terug wilden lopen naar ons kamp kwamen twee jongens met twee flesjes whisky aangelopen. We betaalden ze nog wat meer en namen de whisky (en wat te eten voor John en Joy) mee naar ons kamp.

Daar verzamelden we ons rond het kampvuur en dronken onze whisky-die-niet-naar-whisky-smaakte en kletsten nog wat over wat we die dag hadden meegemaakt. We waren het er allemaal over eens dat het een geweldige eerste dag was geweest en dat we ongelofelijk veel geluk hebben gehad dat we dit met zijn vijven konden doen. Hoe avontuurlijk het allemaal was! Er viel een korte stilte waarin iedereen tevreden voor zich uitstaarde. John onderbrak de stilte met de woorden: “Patty, jij bent de gekste van ons allemaal. Jij hebt dit nog nooit gedaan, je bent een slechte zwemmer en je had geen idee waar je aan begon. En toch doe je het, en je doet het góéd ook.” Ik dacht terug aan Johns handgebaren, fucking paddle hard en schoot in de lach. “Jullie leken wel een stel spoken toen ik achter die wand vandaan kwam.” “There was a huge hole behind that rock wall. You were going straight at it and if you ended up in that hole you would have been fúcked.” Hole: een vacuum van water dat door een object (in dit geval de rotswand) wordt onderroken en door zijn eigen kracht op één plats blijft kolken. Kom je in een hole terecht kom je er uiteindelijk ook weer uit, maar dat kan heel lang duren en het enige advies wat ik over holes heb gekregen was: “you won’t know when you’re up or down, just breathe when ever you se the sky and hold your breath when you don’t.” shit. Ik had geluk gehad! We dronken onze fles leeg en lachten ons suf om onze avonturen. Toen we te moe werden kropen we met zijn vijven op een rijtje in onze slaapzakken onder ons shelter. Het was koud, maar gelukkig was mijn slaapzak warm. Ik keek naar de ontelbare sterren boven me. Luisterde naar Nathan en José die aan weerszijden naast me lagen te snurken en voelde me plotseling intens levend. Ik kroop diep weg in mijn eskimo slaapzak en viel als een blok in slaap.




River Basics
February 16, 2009 | Categorie: Nepal,Reizen,Sportief

Fragment uit mijn geschreven reisdagboekje:
Drie dagen kayakken op de Seti. Alles wat ik bij me heb zit in mijn drybag:

1 slaapzak
1 slaapmatje
1 droge sportbroek
1 droog thermoshirt
1 droge trui
1 muts
1 waterfles
1 fles zonnebrand
1 zaklampje
4 chocoladerepen

Met moeite heb ik deze drybag met de minimale hoeveelheid aan benodigde spullen achter de zitting van mijn kayak weten te proppen en ik hou telkens wanneer ik op een rapid afga mijn vingers gekruisd dat mijn drybag doet waar hij voor bedoeld is; Mijn spullen droog houden. Mijn eerste “wet exit” zal zeker niet de laatste zijn…

Daar ga ik, in een kayak. De Himalaya achter me, steile rotswanden naast me en voor me de Seti die zich in bochten en slingers tussen de rotsen door manouvreert. Vanuit de verte hoor je al water bulderen en bij iedere bocht hou ik mijn adem in voor wat er komen gaat. Ik heb nooit gedacht dat een rivier zo intens kon zijn. Het enige vergelijkingsmateriaal dat ik heb zijn de Maas en de Noord: spiegelgladde, diepe rivieren. Ik kon me er geen voorstelling van maken dat de Seti net uit de Himalaya komt en dat de hele rivier vol zou liggen met veradelijke rotsen. Het lezen van de rivier is iets dat ik heel snel zal moeten leren om het drie dagen zonder grote ongelukken vol te kunnen houden. Waar gaat al het water naartoe? Wat veroorzaakt die golf; water dat tegen elkaar opbotst of een rots die net onder de oppervlakte ligt? Wat gebeur er achter die omhoogstaande rots; kan ik de “pillow” eromheen nemen of kom ik terecht in een “hole” (een soort draaikolk waar je NIET in terecht wilt komen omdat het levensgevaarlijke vacuüms zijn waar je zelfs als je goed kunt zwemmen moeilijk uitkomt) Wat gebeurt er als ik in die stroming terecht kom met mijn kayak? Waar kan ik het snelst een “eddy” in?

Het kunnen lezen van de rivier is een goed begin, maar het kunnen omgaan met een kayak is natuurlijk ook niet onbelangrijk. Verschillende paddel technieken moest ik in no-time leren, mijn lichaamshouding moest goed zijn, ik moest leren welke heup- en kniebewegingen ik nodig heb om overeind te blijven op white water en ga zo maar door.

Ik ben me nog nooit zo bewust geweest van mezelf dan op de Seti. Ik zit in die kayak. De rivier ziet me als een speeltje en wat Nathan en John ook roepen, ik zal het zelf moeten doen. De rivier is veel sterker dan ik en bij heftige rapids met holes staat het zweet in mijn handen. Het is bizar hoe klein en onbelangrijk je je voelt als je in een bootje over zo’n bulderende rivier peddelt. Het enige dat je kunt doen is alles geven dat je hebt en hopen dat de rivier je goed behandelt.



Adventure calls… Waar begin ik aan?
February 13, 2009 | Categorie: Nepal,Reizen,Sportief

In de volgende dagen in Pokhara namen we afscheid van Will. Hij moest weer aan het werk in Kathmandu en zo bleven we op een ochtend met zijn vijven over in het paradijselijke Pokhara… Nathan, John en José wilden gaan kayakken op de Seti rivier, en Joy en ik dachten eraan om met een raft achter ze aan te varen. Na wat rondgevraagd te hebben bleken alle rafts verhuurd te zijn. Toen we op een avond in een restaurantje zaten te kletsen over de plannen vroeg John inneens: “Waarom gaan jullie ook niet in een kayak mee? Het is maar een klasse twee rivier, we kunnen het gewoon met zn vijven doen. Geen gidsen, alleen wij vijven. We huren kayaks en nemen een zeil mee om onder te slapen.” Ik dacht even na. “Ik heb nog nooit gekayakt, je zag hoe dramatisch het was op het meer” “Nathan en ik zijn ervaren kayakkers. Ik ben een raft gids en nathan geeft kayak les. En de seti is de rivier waar je de kayak clinics kunt boeken als beginner. Dat kun je best. Sommige rapids zijn misschien wel iets groter, maar oneraan is alles gewoon weer rustig. Er kan weinig gebeuren als je gewoon doet wat wij zeggen.” Ik kreeg een lesje “river signals” en onder het genot van een pizza en een biertje besloot ik het te doen. Ik heb toen ik naar Pokhara kwam notabene zelf gezegd dat het me geweldig lijkt om een keer te kayakken, en hoevaak krijg je de kans om met waanzinnige mensen zomaar een rivier op te gaan? 1+1=2, yes to everything… ik doe het gewoon!

De volgende dag gingen we naar de kayakshop van Charlie. We zochten kayaks en paddels uit, huurden waterdichte skirts en jasjes, helmen, reddingsvesten, wetbags en een gearbag. Charlie tekende een kaartje waarop we konden zien op welke stranden we het best konden overnachten en waar de grootste rapids zich bevonden. Ook gaf hij aan waar we er ongeveer uit moesten op dag 3, bij Ghai ghat, te herkennen aan een weg en een hangbrug. Juist. We regelden een taxi die ons de volgende ochtend met kayaks en al bij Damauli zou afzetten. Een biertje om ons dappere besluit te vieren.

De volgende ochtend stonden we vroeg op. We pakten onze drybag in, 1 drybag per persoon, waar je met moeite een slaapzak en droge kleding in gepropt krijgt. Dit wordt echt back to basics! We namen een taxi naar de kayak winkel, waar we de kayaks op het dak van de taxi bonden. Een enorme gearbag vol met kayakkleding achterin de taxi, en wij kropen er naast. De reis naar Damauli duurde 3,5 uur. Ik staarde door het raampje naar buiten, een mix tussen zenuwachtig, doodsbang en extatisch. Er ging van alles door me heen. Waar begin ik aan? Ik kan niet goed zwemmen, mijn armen zijn zo slap als vaatdoekjes, ik hou niet van water, ik háát zwemmen en ik ga drie dagen met een stel idioten de rivier op. 36 kilometer, en alles dat we hebben is een handgetekend kaartje van Charlie. Het lijkt meer op en schatkaart dan op een bruikbare kaart om een rivier mee te lezen en het ergste: Als ik het zat ben kan ik niet terug want er is geen weg! Jungle Corridor. Rivier. Kayak. Ik. Mijn god.

In Damauli reed de taxi langs de weg steil naar beneden de afgrond in om ons zo dicht mogelijk bij de rivier af te zetten. We reden vlak langs een vuilnisbelt waar de gieren om afgekloven karkassen cirkelden, waar hopen met vuilnis in de zon lagen te smeulen en waar kleine kinderen druk op zoek waren naar iets bruikbaars. (alsof er IETS bruikbaars te vinden is in een rottende hoop met afval!!!!) Enigszins disgusted sleepten we onze kayaks naar de rivier en we kleedden ons om in onze waterdichte spullen. We betaalden de taxi chauffeur, installeerden ons in onze kayaks (ik krijg mijn skirt niet over de rand van mijn kayak dus Nathan moest me helpen) en ja hoor, daar gingen we. De vuile tampons dreven langs onze kayaks, maar ik was er niet mee bezig. Ik was op een rivier. In en bootje. Ik moest mezelf zien te redden. En waar zouden we slapen? Mijn god, wat geweldig!

We lieten de vuilnisbelt achter ons en na een tijdje kwamen we op een kruising tussen twee rivieren. John legde uit dat ik op de V’s in het water moest letten om mijn invaarhoek te bepalen, en dat ik mijn rechterheup moest optillen zodra ik in de stroom terecht zou komen. Mijn eerste stukje white water… Ik concentreerde me op de rivier. De V… Ja daar! Ik draaide mijn kayak zodat ik zijdelings in de V terecht zou komen en peddelde naar voren. Ik raakte de stroom en voor ik het wist… had ik het ijskoud, was het donker om me heen, was ik volledig gedesoriënteerd en werd ik overweldigd door een keihard bulderend geluid dat angstaanjagender klonk dan ik me ooit heb kunnn voorstellen: Het geluid van een rivier. Ik was omgeslagen. Enigszins in paniek probeerde ik me te herinneren wat ik moest doen. Peddel vasthouden en boot uit. (ik heb nooit geleerd hoe je moet rollen) Boot uit ging niet zo soepel, maar ach, ik plopte op boven water en zwom uit alle macht naar een “eddie” een veilig gebied aan de kant van de rivier waar de stroming vastloopt zodat je niet verder stroomafwaarts drijft. Natuurlijk dreigde ik de eddie te missen en John schoot te hulp. Ik klampte me vast aan zijn kayak en hij sleepte me naar de kant. “Welcome to the river!!!” Ook José en Joy klauterden kletsnat de kant op. Wat een start… het beloofde veel voor de komende drie dagen…

To be continued…


1: Kayaks uitzoeken in Pokhara
2: De vuilnisbelt van Damauli
3: “This is disgusting!” John en ik kunnen het amper geloven. (en mán wat was ik daar slank!!!)
4: De “put-in”, een lekker vlak stukje rivier om op te oefenen


  • Je bent nu op pagina 1 van 3
  • 1
  • 2
  • 3
  • »

All content & design © 2008 pattycular
SITE ADMIN | ENTRIES RSS | WORDPRESS | CONTACT