Op het moment dat je wereldje hardhandig door elkaar wordt geschud en er allemaal dingen om je heen -die je krampachtig niét wilde verliezen- kapot vallen, is het fijn om te zien dat je jezelf een jaar geleden onbewust al hebt getroost.
Varanasi, India, 08-10-08
Waarom ben ik hier? Hier, op een trap waar ik twee jaar geleden ook zat. In een stad waar in twee jaar niets is veranderd (op de seizoenen na) en waar de komende tien jaar nog alles hetzelfde zal zijn. Een chaos van mensen, dieren en vooral bacteriën in alle soorten en maten… Het maakt niet uit hoelang je hier bent; echt wennen zul je nooit.
Ik probeer te begrijpen wat ik zie. Mensen wassen hun zonden weg in de meest vervuilde rivier ter wereld. Sadhu’s met lange baarden en oranje gewaden bedelen om geld. Kinderen rennen rond de toeristen om postcards te verkopen. Een man ligt te sterven op de hete tegels van Dasaswamedh-ghat, vlakbij de oever van zijn heilige rivier. Een groep mannen verzamelt zich om een hogedrukspuit die is ingezet om de modder die de rivier tijdens de moesson heeft achter gelaten van de oever te spuiten. Rijke Indiase en westerse toeristen met camera’s mengen zich tussen de straatarme handelaren en bedelaars. Een kudde geiten scharrelt om me heen naar dorre blaadjes om te eten. Mensen staan om me heen om te kunnen kijken naar het witte meisje. Handelaren proberen me bootritjes, kettingen en postcards aan te smeren en de menigte lacht als ik beleefd weiger in het hindi. Bootjes varen af en aan en een man met een bril en een groot gezwel op de rechterkant van zijn gezicht staart om zich heen op zoek naar toeristen. “You want boat?” Een man staat achter een klein kraampje met kruiden midden op de ghat. Vrouwen in kleurige sari’s kletsen druk met elkaar. Hoog boven me, aan het balkon van het paleis slingert een aap die de boel van boven observeert. Ik probeer het te begrijpen. De logica ervan te zien. Zit er ritme in?
Leven en dood liggen hier dicht naast elkaar. Soms vraag ik me af of er wel verschil is voor veel mensen hier. Een lichaam doet er drie uur over om op een burning ghat te veranderen in een hoopje as. 3 uur en een hoopje as. Dat is alles wat overblijft van het drukke leven op de rivieroever onder mij. driehonderdvijftig hoopjes as per dag worden hier de rivier in geveegd terwijl al het leven op de kant gewoon doorgaat. Ik zou er dagen naar kunnen kijken en iedere dag nieuwe dingen zien. Maar uiteindelijk komt het op het zelfde neer en zal ik mezelf iedere dag dezelfde vraag stellen: Wat doe ik hier? Niet op deze trap, niet in deze stad… in mijn eigen leven. Wat doe ik hier?
Alles gaat door. Wat is er veranderd in mijn eigen leven sinds ik hier twee jaar geleden voor het eerst op deze trap zat? Ik weet niet waar ik moet beginnen. Ik heb gereisd, liefgehad, geleerd en boven alles: Ik ben gelukkig geweest. Moet overal logica in zitten? Moeten dingen altijd een doel hebben? Of nut? Een salamander naast mij eet de vlinder die zojuist nog even op mijn knie landde. Op de burning ghat onder mijn hotel wordt een nieuw lichaam op de brandstapel gelegd. De lucht is gevuld met vliegers. De stad viert feest.
Misschien gaat het leven niet om logica
maar om het leven zelf.