Ik herinner me dat we wakker werden op Lou Rhodes of Sigur Ros. Ik herinner me de kus als ik nog lag te doezelen en jij gedoucht en aangekleed klaar was om te vertrekken. Ik herinner me jouw huis. Ons huis. Ik herinner me Dordrecht. Hoe fijn de stad was maar hoe ik nooit mijn draai kon vinden. Ook niet met jouw vriendengroepje. Ik herinner me hoe eenzaam ik was. Ik herinner me de pijn toen ik met mijn rode koffertje weg moest.
Ik herinner me dat je schaakte in de kroeg. Ik herinner me een nacht op kussens op mijn roze wollige vloerbedekking op de bergweg. Ik herinner me films, en wijn en hapjes. Ik herinner me een gevoel waar ik op had gewacht. Ik herinner me Rome. Ik herinner me gevoelige gesprekken die ik met niemand durfde te voeren. Hoe blij ik was je weer te zien na een fantastische maand in Nepal doorgebracht te hebben. Ik herinner me dat er een spanning hing en jij vaak liever alleen was. Ik herinner me dat ik weer mijn spullen moest komen ophalen met tranen in mijn ogen.
Ik herinner me de dag dat ik de sleutel naar mijn nieuwe huis mocht ophalen. Ik herinner me de paniek. Alleen. En nu? Ik herinner me de angst en het verdriet. Ik herinner me de kou. Ik herinner me dat ik mijn huis ging inrichten. Ik herinner me avonden lang op de bank, huilend. Om jou, en jou. Ik herinner me dat ik mezelf heb opgeraapt. Ik herinner me dat ik een punt bereikte waarop ik jou, en jou niet meer nodig had. Ik herinner me het punt waarop ik besefte dat ik mezelf gelukkig moest maken.
En nu zit ik hier. In mijn huis. MIJN huis. MIJN spullen. Een kat met een Nepalese naam dartelt rond. Coldplay op de speakers, afgewisseld door Lou Rhodes… En ik realiseer me dat ik na 3 jaar eindelijk iets heb geleerd: je thuis voelen zit hem niet in een plaats, maar in jezelf.
Het gaat goed.